Piekerhoofd

Piekerhoofd

6:20h AM – Ik maak m’n zoon wakker. Bij de eerste aanraking schiet hij omhoog en mompelt: “ik heb over een aandrijving gedroomd. Je zet een magneet hier en eentje daar, dan monteer je een metaalplaatje hier en daar en dan stoot het daar af en trekt hier aan [hij tekent met zijn ogen dicht een denkbeeldige cirkel in de lucht en prikt daar waar alles moet zitten] en dan draait-ie. Dan heb je dus een perpetumobilee.” Goh… Ik ben even beduusd. Ah ja. OK… Met de korrekte uitspraak (laat staan schrijfwijze) van Perpetuum Mobile zal ik ‘m nog maar niet vermoeien. Eerst wakker worden.
11:30h. School uit. Vrijdag. Weekend. Hij dendert de aulatrap af en komt breed grijnzend op me afgestommeld, mij z’n schooltas in de maag splitsend. “Ik heb heel, hééééél rottig Duits-huiswerk!” Fijn. Ik verheug me er nu al op. Eerst maar eens wat eten. Gekookte volkorenrijst met suiker. Hoeveel meer koolhydraten kan een kind nog vragen? Bij hem maakt ’t me niet uit: áls hij maar iets eet want hij is zo mager als zijn uitgumbare balpenvulling. De rijst naar binnen werkend pakt hij zijn rekenhuiswerk. Dat is leuk want dat kan hij zonder hulp en redelijk vlot.
13:30h Langzaam komt de rest van de sores uit z’n schooltas. Duits. Rottaal om te leren. Hij leert het net zo als ik het heb moeten leren: als een buitenlander. Het ‘moedertaalgevoel’ zit er niet in. Totaal afwezig. Ach, laat dat ‘moeder-‘ maar weg eigenlijk…
Een stukje tekst over de oertijd (“ahh interessant!“): De ‘perfect’-vormen (voltooid verleden tijd)  in de zinnen moeten eerst onderstreept worden en vervolgens in de ‘preteritum’-vorm (verleden tijd) in het schrift geschreven worden. Ik denk nog: “ach, laat ik hem nog maar even niet inlichten over de plusquamperfect en de futurII…”
Ik zie zijn schouders langzaam naar beneden zakken. Hij kijkt me vragend aan, met van die droevige oogjes. “Ik snap het niet… ik snap het écht niet…” Ik probeer het hem uit te leggen, zoek á là minute voorbeelden op het internet waarmee ik hem de werkwoordsvormen wat beter uit kan leggen. To no avail. Ik zie de rode vlekjes opdoemen in zijn gezicht en hij kijkt me door een waas aan. “Waarom?? Wáárom kan ik dit niet? Wáárom zíe ik het niet??” En dan komt de huilbui. Ik huil maar weer eens met hem mee. En duw tegelijkertijd zijn Duits-schrift aan de kant. Dat doen we morgen wel. Nieuwe dag, nieuwe kansen. Over twee weken is het grote Duits-grammaticaproefwerk en ik hou mijn hart vast. Opstel schrijven was gisteren en aangezien hij zelf niet al te enthousiast over zijn eigen schrijfsel was, neem ik aan dat ook dat redelijk catastrofaal uit zal vallen.
Nu eerst maar ‘ns drumles en afreageren.
Hopelijk helpt het een beetje om dat oh-zo intelligente maar oh-zo piekerende kinderhoofd van hem te luchten…

0 gedachten over “Piekerhoofd

  1. Denk weleens, was de babylonische spraakverwarring er maar nooit geweest.
    Dan zaten wij nu nu niet met de gebakken peren!
    Ik vind ook wel dat er veel onzinnige dingen moeten worden geleerd, die hij/zij nimmer meer nodig heeft in het leven.
    Ik snapte op school 1a + 1b niet.
    Zei de leraar tegen mij, “geeft niet Hullekie, er moeten ook domme jongetjes
    zijn”!
    Je weet niet hoe BLIJ ik was met zo een uitspraak!
    Ik heb het ook nooit nodig gehad om zoiets te weten ! ! !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *